Ga naar inhoud
Visie

Omgevingsgericht lichtontwerp

Verlichtingsspecialisten van CLAFIS zijn koplopers in het toepassen van omgevingsgericht lichtontwerp. De toekomst van onze openbare ruimte vraagt om een duidelijke visie op het ontwerp van de openbare ruimte voor dag én nacht.


Clafist en verlichtingsspecialist Elkin Petrici leidde tijdens de Vakbeurs Openbare Ruimte een paneldiscussie over het boek Omgevingsgericht Lichtontwerp dat die dag werd gelanceerd. De aanwezigen in de bomvolle zaal weten dat dit boek een keerpunt kan zijn in de ontwikkeling van hun vak, lichtontwerp voor de openbare ruimte. Het boek Omgevingsgericht Lichtontwerp leert mensen anders kijken naar de behoeften van een gebied in het donker. Voor lichtontwerpers, maar ook voor beleidsmakers, projectleiders en architecten.

Hoe verhoudt dit handboek zicht tot de onze projecten?

Werken volgens het Handboek Omgevingsgericht Lichtontwerp

Het Handboek Omgevingsgericht Lichtontwerp, kortweg OGLO, beschrijft voor het eerst de te volgen processen voor het ontwerp van verlichting in de openbare ruimte. Dat klinkt vreemd, als je weet dat openbare verlichting al sinds de 16e eeuw wordt toegepast. Als je andere vormen van verlichting in de stad meerekent, zoals het verplicht meedragen van lantaarns in het donker, dan gaan we zelfs duizenden jaren terug. Waarom dan nu pas dit boek?

Lichtontwerp in de openbare ruimte: functionaliteit en beleving

Licht is bepalend voor de beleving en is afhankelijk van de functionaliteit van de (openbare)ruimte. Dat zie je in je eigen huis ook. De beleving van je eigen woonkamer is heel anders dan bijvoorbeeld de gang. De functionaliteit van de ruimte bepaalt hoe je het inricht en verlicht: sfeervol of puur functioneel.

In de openbare ruimte wordt er tot op heden maar heel beperkt naar de functionaliteit gekeken. Er zijn technische ontwerpregels, zoals hoeveel licht er nodig is, maar die regels gaan allemaal uit van functionele verlichting. Als het gaat om functionele ruimtes zoals een ontsluitingsweg, tenslotte ook een soort gang, is dat geen probleem. Maar een winkelstraat of plein in de binnenstad is toch meer een openbare woonkamer en vraagt om een andere benadering. Dat doen we dus nog niet goed.

Projecten die in de volle belangstelling staan van bewoners, ondernemers en de lokale politiek, krijgen vaak extra aandacht op gebied van lichtontwerp. Dit resulteert dan ook vaak in mooie lichtontwerpen. Projecten die minder in de schijnwerpers staan, krijgen die aandacht niet. In het beste geval worden wel masten en verlichtingsarmaturen met een mooi uiterlijk gekozen, maar dat zie je alleen overdag. In het donker blijkt dat toch gewoon functionele verlichting.

‘In veel plannen ontbreekt een belangrijk aandachtspunt: wat gebeurt er in die omgeving in de avond?’

– Richard Boerop, Projectmanager stedelijke verlichting en lichtarchitectuur

Van een lichtmastenplan naar een doordacht lichtontwerp

In de Nederlandse praktijk wordt openbare verlichting gezien als een technische installatie die aan een ontwerp wordt toegevoegd. Het ontwerp van die installatie komt pas aan bod als het ontwerp van de openbare ruimte al helemaal klaar is, zelfs inclusief de posities van bomen. De lichtontwerper krijgt dan de vraag of ze even kunnen aangeven waar de lichtmasten moeten komen. Er wordt geen lichtontwerp gemaakt, maar een plan voor lichtmasten.

In veel plannen ontbreekt een belangrijk aandachtspunt: wat gebeurt er in die omgeving in de avond? Daar wordt te weinig over nagedacht, de landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen maken plannen voor een omgeving waar de zon nooit ondergaat. Terwijl de beleving en het gebruik van de ruimte in de avond en nacht wel degelijk flink af kan wijken. En de gebruikers zelf? Mensen met een visuele handicap hebben vaak grote moeite om hun weg te vinden in een omgeving met slechte contrasten en goedbedoelde maar onhandig geplaatste obstakels. Een goede landschapsarchitect zou het vallen van de avond niet moeten negeren, maar het juist moeten zien als een kans. In een goed ontworpen avond- en nachtbeeld wordt meer gewandeld en gefietst en worden andere mensen ontmoet. Dat draagt bij aan het woongenot.

En flora en fauna? Nederland is zwaar verlicht, horen we vaak. Dat valt wel mee, we zijn best wel zuinig met verlichtingssterktes, maar Nederland is in vergelijking met de rest van Europa wel sterk verstedelijkt en we gebruiken op veel plekken licht. Dat brengt ons steeds vaker in conflict met de belangen van flora en fauna. Die belangen komen in een “lichtmastenplan” nauwelijks aan bod. Een goede lichtontwerper houdt ook rekening met het beschermen van biodiversiteit en beperken van lichtvervuiling, mits, en dat geldt voor alle hiervoor genoemde aandachtspunten, de ontwerper in staat wordt gesteld om op tijd mee te denken.

Werken volgens omgevingsgericht lichtontwerp

Omgevingsgericht lichtontwerp richt zich op iedereen die betrokken is bij het ontwerp van de openbare ruimte en probeert alle partijen in goed beschreven processen en toelichtingen bij elkaar te brengen. Sterk punt van het boek is dat er specifieke hoofdstukken zijn voor opdrachtgevers, beleidsmakers en projectleiders enerzijds en voor ontwerpers, landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen anderzijds. In verdiepende hoofdstukken vinden lichtontwerpers alles wat ze moeten weten om een gedegen lichtontwerp in de geest van omgevingsgericht lichtontwerp te maken.

Terecht is dit boek al “de nieuwe bijbel” voor lichtontwerp in de openbare ruimte genoemd. Naast de hoofdauteurs hebben vele lichtontwerpers, waaronder ook verlichtingsspecialisten van CLAFIS, en andere stakeholders een bijdrage geleverd aan het boek. Het boek wordt breed gedragen door ontwerpend Nederland en de stichting Openbare Verlichting Nederland (OVLNL) loopt hiermee ver vooruit op collega’s buiten Nederland.

Als één van de grootste Nederlandse lichtontwerpbureaus omarmt CLAFIS de principes van het omgevingsgericht lichtontwerp en brengt ze ook in praktijk. Hoe we dit doen en wat we kunnen betekenen voor jouw project? Neem contact op met specialist verlichting Elkin Petrici.