Ga naar inhoud
Klantverhaal

Engineering door CLAFIS faciliteert de energietransitie

Als er één partij actief is in het hart van de energietransitie, dan is het wel Gasunie. Het overheidsbedrijf uit Groningen mag dan vooral bekend staan als transporteur van aardgas, maar vandaag de dag werkt Gasunie volle bak aan nieuwe oplossingen voor het transport van groen gas, waterstof, CO2 en warmte. Ondertussen blijven leveringszekerheid en duurzaamheid van het aardgastransport overeind staan. Zo kan het gebeuren dat Gasunie de expertise van CLAFIS inschakelt voor de detailengineering binnen het landelijke Gasunie project ‘MvO Emissie vrijmaken oud opgelijnde meet- en regelstations’ verspreid over heel Nederland. Een gigantische klus. ‘We proberen een marathon te lopen in twee minuten.’


REARC

Allereerst even een nuancering. Gasunie haalt de benodigde expertise voor deze enorme klus niet alleen bij CLAFIS, maar via een breder verband genaamd REARC Energy. Dit is het samenwerkingsverband waarin naast CLAFIS ook de partners Arcadis, Rotterdam Engineering en KH Engineering werken aan oplossingen voor Gasunie binnen de energietransitie. Hubertus van den Ecker, overall lead engineer bij Gasunie, legt uit waar dit project om draait. ‘Gasunie heeft in heel Nederland meet- en regelstations (M&R’s) staan waar onder meer de hoge ‘transportdruk’ van ±60 bar (HTL-druk) wordt omgezet naar de benodigde ±40 bar (RTL-druk) voor ons lagedruknet.

Een aantal van die stations is al wat ouder, soms nog uit de jaren ’60 en ’70, en onderling verschillen ze sterk. Ondertussen is wettelijk vastgelegd dat methaanemissies, waar technisch mogelijk, moeten worden gereduceerd tot nul. Dit betekent dat wij op de desbetreffende oudere M&R’s alle methaan-emitterende componenten moeten vervangen door moderne niet-emitterende componenten.’ Om een indruk te geven van de omvang van dit project: het aantal technische tekeningen bedraagt een slordige 1.400 stuks voor alleen al de eerste projectfase. Een uitdaging van formaat voor Gasunie en REARC.

Emissie binnen een complex systeem

‘De crux bij deze oudere M&R‑stations is dat ze veelal zijn uitgerust met regelkleppen (Texsteam jetstream kleppen) die worden aangestuurd met Bristol vaan/tuit controllers die zo zijn gemaakt dat ze – als het nodig is – aardgas kunnen venten’, legt Hubertus uit. ‘De regelkleppen worden aangestuurd met aardgas. Wanneer er meer stuurdruk naar de ‘hoed’ van de regelklep wordt gestuurd, loopt de klep verder dicht, waardoor de druk aan de uitlaatzijde van de regelklep daalt. Wanneer die druk te ver onder het gewenste setpoint komt, moet de klep weer iets openen. Dat kan alleen als de controller stuurdruk afblaast. Deze stuurdruk bedraagt ongeveer 5 bar en kan niet worden afgevoerd naar een systeem dat op circa 40 bar wordt bedreven, zoals het Gasunie RTL‑net. Daardoor kan het stuurgas slechts één kant op: naar de atmosfeer.

Daarnaast is het werkingsprincipe van deze controllers het zogeheten vaan/tuit‑regeling. Dit betekent dat een deel van het stuurgas via de ‘tuit’ naar de hoed van de klep gaat, terwijl een ander deel via de ‘vaan’ naar de atmosfeer wordt gevent. Hierdoor kan de controller een balans creëren, maar dit leidt er wel toe dat deze systemen ook onder normale omstandigheden aardgas kunnen emitteren.’

Meer projecten rond ENERGIETRANSITIE

 

90% minder methaanemissie

Aardgasemissie was destijds, in de jaren ’60 en ’70, nog geen ‘issue’, maar de tijden zijn veranderd. Hubertus: ‘We kunnen uiteraard niet de druk van ons RTL-net 40 bar aanpassen, zodanig dat we het ventgas downstream kunnen venten. Dat is geen optie. Dus zochten we de oplossing in eerste instantie bij het stuurmedium. Als we aardgasstuurdruk kunnen vervangen door stikstof hebben we het probleem in beginsel opgelost. Omdat stikstof via een generator of flessenpakket verzorgd moet worden, kan ook deze oplossing falen. En zul je aardgas als stuurmedium moeten houden als backup. Dus zochten we de oplossing meer in het bijbehorende type controller; de zogeheten Bristol PI-Controller. Deze was echter door de leverancier al een tijd verouderd verklaard.

Daarnaast had Gasunie ook de wens om remote setpoint sturing te introduceren, zodat we vanuit de centrale commandopost in Groningen de druk kunnen verlagen op elke plek in Nederland, zonder dat er iemand naartoe moet. Na lang speuren vond ik op de internationale markt een controller die én geschikt is voor de aansturing van onze oude Texsteam regelkleppen én die niet emitteert tijdens equilibrium state. Oftewel: een oplossing die beduidend minder methaanemissie oplevert. Uit eigen tests met deze controller blijkt dat we hiermee een emissiereductie van 90% gaan realiseren.’

Meer slagkracht met REARC

Met het REARC samenwerkingsverband haalt Gasunie veel meer technische expertise en capaciteit in huis dan met een van de partijen afzonderlijk. Hubertus: ‘Zoals al aangegeven, staan de M&R’s letterlijk in heel Nederland. Daarom heeft REARC de constructie afgesproken waarin het E&I gedeelte voor rekening wordt genomen door twee partners. CLAFIS levert de benodigde detailed en field engineering in ruwweg de noordelijke helft van Nederland, en KH Schiedam samen met KH Engineering Antwerpen in de zuidelijke helft. Beide laatstgenoemden verzorgen daarnaast het werktuigbouwkundige gedeelte in heel Nederland.’

‘Marathon in twee minuten’

De inspanningen van REARC moeten uiteindelijke resulteren in engineeringspakketten op basis waarvan aannemers op locatie het werk kunnen uitvoeren. Hubertus: ‘Denk bij zo’n engineeringspakket aan tekeningen zoals kabellijsten, kabelloop, aansluitschema’s, oplijningen, requisities en meer. Voor het E&I gedeelte van elke emitterende M&R moeten we een aantal locaties drie keer bezoeken, waarvoor ongeveer 150 tekeningen nodig zijn voor de aannemer. De overige locaties bezoeken we twee keer. Dat levert voor de eerste projectfase waarin we nu zitten ongeveer 1.400 tekeningen op. De benodigde componenten levert Gasunie grotendeels zelf, en de aannemer levert het resterende ‘klein materiaal’. Denk hierbij aan koppelingen, instrumentpalen en ondersteunende constructies. Al met al gaat het om grote hoeveelheden materialen waarvan soms de levertijden tegenzitten. In het uiterste geval moeten we dan de planning herzien, maar dat willen we uiteraard voorkomen.

Al was het alleen al omdat het sinds 2026 financiële consequenties heeft als we niet tijdig voldoen aan de door de overheid geëiste methaanemissiereductie. De consument thuis realiseert het zich vast niet, maar dit is een project waarbij we proberen een marathon te lopen in twee minuten. Wat dat betreft moet ik CLAFIS echt een pluim geven. Ze hebben de juiste engineering expertise en doordat ze al veel projecten voor Gasunie hebben gedaan, begrijpen ze onze urgentie. Ze zitten er bovenop.’

‘Korte lijntjes met de engineers van Gasunie’

‘Samen met het team engineers vanuit CLAFIS en KH-engineering zorg ik voor het ontwerp van de uit te voeren werkzaamheden die door Gasunie zijn vastgelegd in de scope of work. De uitdaging van dit project ligt niet zozeer op het technische vlak, maar vooral in het grote aantal locaties die wij ontwerpen, waar de komende jaren de uitvoering zal plaatsvinden. Voor elke locatie hebben wij een schouw gedaan om te inventariseren wat de situatie is. De moeilijkheid zit hem vooral in het zo volledig en uniform mogelijk uitvoeren van de engineeringswerkzaamheden en de krappe tijd die hiermee gemoeid is. Gasunie heeft op technisch vlak veel items gestandaardiseerd.

Voor ons is het zaak om, naast de engineeringswerkzaamheden, die kennis aan te leren en op de juiste manier toe te passen. Wij hebben binnen dit project korte lijntjes met de engineers vanuit Gasunie. We zien een mooie samenwerking ontstaan, waarbij wij ook veel leren van hun kennis. De technische toepassingen binnen dit project zijn voor mij zeker interessant omdat deze zich niet alleen focussen op functionaliteit, maar ook op verduurzaming. Het is mooi om te zien dat we als REARC in goede samenwerking met Gasunie tot een mooi en eenduidig ontwerp komen.’

Martijn Brander, discipline/lead engineer bij CLAFIS