31 december 2020 Blog Nieuws

Op 9 September 2001 – mijn éénendertigste verjaardag – kwam het Vara-televisieprogramma Zembla ’s avonds met een uitzending over vermeende illegale prijsafspraken in de bouwsector. Technisch directeur Ad Bos presenteerde een schaduwboekhouding waaruit deze praktijken zouden blijken. Dit was de start van een nieuw tijdperk.

Een nieuw tijdperk

Bouwfraude. Voor velen een bekend gegeven. Aannemers die vooroverleggen over de prijs. Vaak onzichtbaar, vaak ook duidelijk zichtbaar voor de opdrachtgever. Ik herinner me nog dat een uur voor een aanbesteding bij een gemeente waar ik destijds werkzaam was, een aannemer voor de ingang stond te wachten op andere inschrijvers. Deze aannemer ging daarna met deze inschrijvers naar een andere locatie om daar de inschrijfstaten aan te passen. De inschrijvers hadden destijds vaak 2 inschrijfstaten mee – één met de gewenste inschrijfprijs en één blanco. Deze blanco kon later ingevuld worden als de inschrijvers gezamenlijk hadden besloten dat één aannemer het werk gegund kreeg.

Wederzijds vertrouwen

Dit mocht en mag natuurlijk niet, het werd gedoogd door de opdrachtgevers. Met redenen! De uitvoerende aannemer heeft zo voldoende budget om het werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Er is budgetruimte om een goede kwaliteit te leveren en de werksfeer is goed. Er waren destijds ook veel minder juridische processen tussen aannemers en opdrachtgevers. Werken werd gedaan met wederzijds vertrouwen. Vaak werden kleinere projecten één op één gegund aan een vertrouwde aannemer.

Ik ging als directievoerder/toezichthouder nog wel eens het gevecht aan om kleinigheden. Maar werd even zo vaak terug gewezen door de ‘oudere garde’, collega’s met meer senioriteit die begrepen dat de wereld bestond uit geven en nemen. De aannemers begrepen dat ook en foutjes in de bestekken werden toen ook niet altijd keihard afgerekend. Veel wijze lessen heb ik toen geleerd van een oudere uitvoerder die mij heeft laten zien hoe je met wederzijds respect en vertrouwen tot een mooi projectresultaat komt.

De bouwfraude-affaire

Maar goed, de bouwfraude-affaire heeft hier duidelijk verandering in gebracht. De politiek schreeuwde moord en brand en deed alsof ze van niets wist. Er werden nieuwe aanbestedingsregels opgesteld. Nieuwe aanbestedingsprocedures verzonnen en alles werd in het werk gesteld dat opdrachtgevers en aannemers of aannemers onderling geen afspraken meer konden maken. Het onderling vertrouwen werd beschadigd. Goede relaties werden verstoord. Een Aanbestedingsreglement Werken (ARW) werd in het leven geroepen. Aanbestedingsdrempels werden vastgesteld en gedrochten als TenderNed, een digitaal aanbestedingsplatform werd geïntroduceerd.

Er werd alleen 1 hele grote fout gemaakt!

De hoogste waardering

Ergens in de hele proces om tot verbetering van de aanbestedingsregels te komen, is besloten dat de laagste prijs het hoogst gewaardeerd moest worden. De laagste prijs wordt het hoogst gewaardeerd… Dit besluit heeft verstrekkende gevolgen gehad. Hiermee werden en worden de aannemers gedwongen te concurreren op prijs. En als je op prijs moet concurreren, is er minder of geen ruimte voor extra’s. Als je moet concurreren op prijs kun je niets anders dan afprijzen waar de opdrachtgever om vraagt en daarmee inschrijven. Je wordt gedwongen om een zesje te leveren.

Ruimte voor kwaliteit – dat beetje extra – is er niet meer. Daarbij worden de risico’s meer en meer bij de aannemer gelegd. Risico’s die moeilijk kunnen worden afgeprijsd omdat de aannemer zo goedkoop mogelijk moet inschrijven. Kortom, een situatie waarin de opdrachtgever regeert en de aannemer alles moet accepteren. Maar ook een situatie die garant staat voor juridisch getouwtrek over onvolkomenheden in contracten en bestekken.

De gang naar de rechtbank

En zo hebben we de laatste jaren voortgekabbeld. Contracten en bestekken worden met het wetboek in de hand geschreven. Rechtszaken om aanbestedingsfouten, rechtszaken om meerwerk en rechtszaken om fouten in bestekken. Extra kosten door het inhuren van meer toezicht op de bouwwerken. Extra kosten door het inhuren van adviseurs, specialisten en advocaten. Een verbitterde werksfeer tussen opdrachtgevers en aannemers. Het vertrouwen van vroeger is omgeslagen in wederzijds wantrouwen.

Wederzijds wantrouwen

Wat hebben we hier nu mee bereikt? Is het aanbestedingsklimaat gezonder geworden? Is de BV Nederland nu een hoop minder geld kwijt? Nee, integendeel. Aannemers die de afgelopen jaren steeds scherper moesten inschrijven zijn failliet gegaan omdat er geen gezonde prijs meer verdiend kon worden of dat risico’s niet waren afgeprijsd. We zien steeds vaker aannemers die niet meer willen inschrijven vanwege de financiële risico’s. Deze week kwam ik nog een aankondiging van een gegunde opdracht tegen: Er zijn geen inschrijvingen of deelnemingsaanvragen ontvangen, of deze zijn allemaal afgewezen. Nee, van een succes kunnen we niet spreken! Aan de andere kant zoeken overheden tegenwoordig steeds vaker omwegen om uit de greep van de inkopers te blijven en werken weer één op één aan de meest deskundige en/of vertrouwde partij te kunnen gunnen. Ook de overheden zien de manco’s van het huidig aanbestedingsbeleid.

Wat nu?

Maar wat nu? Dat er iets moet gebeuren lijkt mij duidelijk. Al een aantal jaren speel ik met het idee om dan maar met ‘mijn’ aanbestedingen te beginnen. ‘Mijn’ tussen haakjes omdat het hier gaat om aanbestedingen van opdrachtgevers die ik voor hen mag verzorgen. Dat is mijn job! Veel gesprekken heb ik gehad met aannemers en opdrachtgevers en allen hadden en hebben de wens om het aanbestedings- en werkklimaat weer gezond te maken. Duidelijk is dat het effect van een financieel lage inschrijving zo minimaal mogelijk moet zijn. Er is binnen de overheden voldoende budget om de aannemers een gezonde aanneemsom te gunnen.

Ik hoor u reeds zeggen: Daar hebben we EMVI-aanbestedingen voor. Klopt, maar ook in aanbestedingen conform EMVI krijgt de laagste inschrijver voor de component prijs de meeste punten. Nee, die prijs moet van zeer ondergeschikt belang worden en de inschrijvers moeten worden uitgedaagd om te concurreren op kwaliteit. Maar hoe doe je dat?

Waarom zou je nog onderscheidend zijn?

Bij aanbestedingen conform EMVI, vraagt de aanbestedende dienst de inschrijvers een Plan van Aanpak op te stellen. In bijna alle aanbestedingsleidraden staat exact omschreven wat er in die Plannen van Aanpak moet staan en hoe deze worden beoordeeld. Zeer vaak is er geen ruimte voor de inschrijver om zich te onderscheiden. Sterker nog, als de inschrijver zich wil onderscheiden wordt dit soms eenvoudig afgekapt.

Meer eisen? Nee, juist minder!

Nee, mijn idee is het om geen eisen meer te stellen aan de Plannen van Aanpak. Geen vooraf gestelde kaders maar laat de inschrijver vrij om het eigen verhaal te doen. Vraag ik een willekeurige aannemer waarom men met hem zaken zou moeten doen, dan komt er een compleet verhaal. Van A tot Z. Datzelfde verhaal wil ik horen in het Plan van Aanpak. Natuurlijk geven we daarbij aan op welke onderdelen er beoordeeld en gewaardeerd wordt maar daarbij is er altijd een vrije categorie: Meerwaarde van de inschrijver. Hierdoor krijgt de inschrijver de kans om zijn hele verhaal, onbeperkt neer te zetten. Daarnaast willen we de prijs van ondergeschikt belang maken. Voorkomen dat “prijsduikers” er mee weg lopen. Bij onze meest recente aanbesteding hebben we minimale inschrijfprijzen – verrekenprijzen – voorgesteld voor de grootste leverposten. De inschrijver moet dus nu echt concurreren op kwaliteit van de organisatie.

Gebruik de expertise van de aannemer

Is dit een eerste begin in het herstel van het vertrouwen tussen opdrachtgevers en aannemers? Natuurlijk, er zullen heel veel mitsen en maren zijn maar geef het een kans. Maak gebruik van de expertise van de aannemer en vertrouw er op dat de hij de opdrachtgever zo goed mogelijk wil bedienen.